De cursus ADO.Net leert je hoe je gegevenstoegang (database, XML) maakt binnen het .net Framework. Deze mini-cursus legt de grondslag om de hoofdstukken databases toe te passen in de cursus c# en ASP.net.
Microsoft ADO.Net is de laatste verbetering van ADO (ActiveX Data Objects). ADO.Net biedt toegang tot gestructureerde gegevens van diverse bronnen. Welk .Net programmermodel je ook kiest (Windows Forms, Webformulieren of webservices) ADO.Net helpt je met zaken die betrekking hebben op gegevenstoegang. ADO.Net volgt het ontwerp van het .Net Framework en biedt je een ganse waaier aan klassen om met databases om te gaan. ADO.Net is heel vlot geïntegreerd in Visual Studio 2008.
Benodigdheden voor deze cursus:
Het ADO.Net objectmodel is verdeeld in twee niveaus: de verbonden en de niet-verbonden laag.
De verbonden laag omvat de klassen binnen ADO.Net waarbij verbinding met de database noodzakelijk is.
De niet-verbonden laag omvat de klassen binnnen ADO.Net waarbij met een kopie van de datagegevens gewerkt wordt, hierbij is geen fysieke connectie meer met de database. De gegevens worden onderliggend in XML-formaat verwerkt.
| Klasse | Omschrijving |
|---|---|
| DataSet | Vertegenwoordigt een volledige verzameling tabellen, relaties en constraints (beperkingen). De namespaces System.Data.OleDb en System.Data.SqlClient hebben dit object van ADO.Net gemeen, waardoor het een kerncomponent van ADO.Net is.
DataSets zijn niet door iedereen geliefd zie 4GuysFromRolla. |
| DataTable | Vertegenwoordigt een gegevensbron die gegevens in rij- en kolomopmaak opslaat |
| DataColumn | Vertegenwoordigt een kolom in een DataTable |
| DataRow | Vertegenwoordigt een rij in een DataTable |
| Constraint | Vertegenwoordigt een opgelegde beperking in een DataTable |
| DataRelation | Vertegenwoordigt een relatie tussen twee velden van twee DataTables |
| Klasse | Omschrijving |
|---|---|
| DataAdapter | Vertegenwoordigt een databasequery of Stored Procedure die wordt gebruikt om het object DataSet te vullen, kan voorzien worden van een SelectCommand, InsertCommand, UpdateCommand en DeleteCommand. |
| DataReader | Snelle gegevenstoegang naar een database. Forward-only, read-only. |
| Command | Een SQL commando sturen naar de database |
| Connection |
| Principe | Omschrijving |
|---|---|
| Gegevensrepresentatie in het geheugen | Gebruik het DataSet, dat een of meer tabellen bevat, vertegenwoordigt door DataTables. Binnen ADO had je een RecordSet dat eruit zag als één tabel. |
| Relatie tussen tabellen | ADO.Net biedt het object DataRelation om gegevens uit meerdere DataTable-objecten te combineren zonder een JOIN-query te vereisen. Net zoals in ADO mag je joins natuurlijk nog gebruiken. |
| Gegevensnavigatie | Gebruikt een navigatiemodel voor niet-sequentiële toegang tot rijen in een tabel. Houdt relaties bij om van rijen in een tabel naar corresponderende rijen in een andere tabel te navigeren |
| Niet-verbonden toegang | ADO.Net gebruikt gestandardiseerde aanroepen om met en database te communiceren. ADO.Net verstuurt een DataSet met een XML-bestand. De XML-indeling legt geen restricties op aan de gegevenstypen. |
| Programmeerbaarheid | ADO.Net gebruikt het typed-programmerkenmerk van XML. Gegevens zijn zelfbeschrijvend. |
| Schaalbaarheid | Niet-verbonden toegang tot databasesgegevens beperken de databasebronnen niet. Meerdere gebruikers hebben tegelijkertijd toegang tot de gegevens |
| Meer tutorials: |
| leer ook: | html | | xhtml | | css | | asp | | asp.net | | c# | | ado.net | | linq | | ajax | | java | | javascript |