c# : variabelen, operatoren en expressies

  1. Statements
  2. identifiers
  3. variabelen
  4. primitieve datatypes
  5. Impliciet getypeerde lokale variabelen - var
  6. Wiskundige operatoren
  7. Samengestelde toekenning

Statements

Een statement is een opdracht die een actie uitvoert. Meerdere statements kunnen gegroepeerd worden in methoden.
Statements volgen in C# een set strikte regels die hun opbouw beschrijven. Deze regels worden algemeen syntax genoemd. Een fout tegen de syntactische regels van een programmeertaal is dan een 'syntax error'. Eén van deze syntaxregels is het feit dat een statement steeds gevolgd wordt door een ; (puntkomma / semicolon).
Voorbeeld van een statement:
Console.WriteLine("Hello World");

identifiers

Elementen zoals namespaces, klassen, methoden, variabelen (zie later), controls krijgen in C# een naam.
De naam die je aan een element geeft noemen we de identifier.
Een identifier moet aan volgende regels voldoen

variabelen

Variabelen gebruiken

Een variabele is een opslagruimte die een waarde kan bevatten. Je kan een variabele zien als een plekje geheugen dat je een naam hebt gegeven. Dit geheugenplekje bevat informatie die gewijzigd kan worden in de loop van het programma.
Tijdens het programmeren zal je veelvuldig gebruik maken van variabelen.

Variabelen benoemen

Een variabele wordt steeds aangesproken met de naam. Het is belangrijk dat je voor jezelf een goede manier ontwikkelt om variabelen een naam te geven. Niets is zo vervelend als programmacode te moeten lezen die krioelt van variabelenamen zoals a, b, c, ... of getal1, getal2, getal3, ... .
Bij het lezen van dergelijke code moet je je als programmeur steeds gaan afvragen wat de variabele bevat. Veel duidelijker zijn variabelenamen zoals aankoopBedrag, verkoopBedrag, winst, btwBedrag, totaal, ...
Vaak wordt bij naamgeving van variabelen volgende regeltjes toegepast (dit is geen verplichting, veeleer een afspraak):

Variabelen declareren

Variabelen houden waarden vast. C# heeft vele verschillende types van waarden die het kan opslaan en verwerken: gehele getallen (integers), kommagetallen (floating-point numbers), tekst (strings), tekens (character), ...
Bij het declareren van een variabele geef je aan welk type gegevens de variabele zal gaan opslaan.
Het aangeven van het type en de naam van een variabele doe je in het declaratie-statement:
int age;
Hier declareer je een variable met de naam age van het type integer (geheel getal). Voorbeeld:

Pas de methode ok_Click in het project WpfHello2 aan:

private void ok_Click(object sender, RoutedEventArgs e)
{
	string name = userName.Text;
	name = name.ToUpper();
	MessageBox.Show("Hallo " + name);
}
We declareren een string met de naam name. We initialiseren deze string met de waarde van de eigenschap Text van de control userName: de TextBox.
string name = userName.Text;

We kennen aan de variabele name de waarde toe van de variabele name waarop de methode ToUpper werd toegepast: alle letters worden hoofdletters:
name = name.ToUpper();

primitieve datatypes

C# heeft een aantal ingebouwde types die we primitieve datatypes noemen:
data type omschrijving grootte (bits) bereik voorbeeld
int gehele getallen 32 -231 tot 231 int count;
count = 42;
long gehele getallen 64 -263 tot 263 long wait;
wait = 42L;
float kommagetallen (pos / neg) 32 1,5 x 10-45 tot 3,4 x 1038 float test;
test = 0.42F;
double Preciezere kommagetallen (pos / neg) 64 5 x 10-324 tot 1,7 x 10308 double trouble;
trouble = 0.42;
decimal Geldbedragen 128 28 betekenisvolle cijfers decimal coin;
coin = 0.42M;
string tekenreeks 16 bits / teken nvt string auto;
auto = "Honda";
char 1 teken 16 0 tot 216 - 1 char geslacht;
geslacht = 'V';
bool booleaanse waarde: waar / onwaar 8 Waar / onwaar ( 0 / 1) bool gevonden;
gevonden = false;
In C# krijg je een compile-time error wanneer je een niet toegekende variabele wenst te gebruiken:
string myName;
MessageBox.Show("Hallo " + myName);
Levert volgende fout: Use of unassigned local variable 'myName'

Impliciet getypeerde lokale variabelen

C# ondersteunt sinds versie 3 ook het gebruik van het sleutelwoord var voor het declareren van variabelen:
   var mijnIntVar = 5;
   var mijnStringVar = "Hallo";

Nu gaat het .Net Framework na initialisatie zelf het type toekennen.
Een variabele gedeclareerd met var moet onmiddellijk geïnitialiseerd worden.

Wiskundige operatoren

operator beschrijving voorbeeld
+ optellen int som;
som = 5 + 3;
- aftrekken int verschil;
verschil = 5 - 3;
* vermenigvuldigen int product;
product = 5 * 3;
/ delen double quotient;
quotient = 5 / 3;
% rest bij gehele deling (modulo) int rest;
rest = 5 % 3;
++ verhoog met 1 int i; i = 1; i++;
-- verminder met 1 int i; i = 10; i--;

Samengestelde toekenning

We weten reeds dat we een toekenning van een waarde aan een variabele uitvoeren met behulp van de toekenningsoperator =
int aantalLeerlingen;
aantalLeerlingen = 10;

We kunnen wiskundige hoofdbewerkingen uitvoeren:

aantalLeerlingen = 10 + 5;

Wanneer je de waarde van een variabele wil aanpassen afhankelijk van de originele waarde kan je hetvolgende schrijven:

aantalLeerlingen = aantalLeerlingen + 8;
aantalLeerlingen = aantalLeerlingen - 2;
aantalLeerlingen = aantalLeerlingen * 3;
aantalLeerlingen = aantalLeerlingen / 3;
aantalLeerlingen = aantalLeerlingen % 4;

Dit kan korter door gebruik te maken van een samengestelde toekenningsoperator:

aantalLeerlingen += 8;
aantalLeerlingen -= 2;
aantalLeerlingen *= 3;
aantalLeerlingen /= 3;
aantalLeerlingen %= 4;

Meer tutorials:
leer ook: html | xhtml | css | asp | asp.net | c# | ado.net | linq | ajax | java | javascript
Valid HTML 4.01! Valid CSS! © - Cursusweb