Spaans 3

De vier taalvaardigheden: spreken, schrijven, luisteren en lezen, worden verder getraind. Per jaar komt een aantal thema’s aan bod en telkens krijgen enkele grammaticale items de aandacht.

Voor het derde jaar zijn de thema’s werk en gezin, huishoudelijke taken, onderwijs en opvoeding, problemen op de weg, typische dranken volgens streek en land, dieren en enkele uitdrukkingen met dieren, sport en vrije tijd.
Je leert vertellen over je werk en gezinstoestand, je mening geven over onderwijs en opvoeding, jezelf uitdrukken wanneer je een probleem hebt op de weg, je voorkeur uitdrukken over drankjes en informatie geven erover, je voorkeur en mening over huisdieren geven, vertellen over je vrijetijdsbesteding,…

De grammaticale thema’s die je daarvoor nodig hebt, zijn: het verschil tussen ser en estar (uitdieping van de vorige jaren), vorming en gebruik van persoonlijke voornaamwoorden, de bevelsvorm, de subjuntivo , herhaling en uitdieping van de verleden tijden.